ECLI:NL:RBDHA:2024:10408
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling en terugvordering zorgtoeslag 2022
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vaststelling van zijn zorgtoeslag over 2022 en de daarop gebaseerde terugvordering door de Belastingdienst. De rechtbank heeft het beroep op 23 mei 2024 behandeld en beoordeelt of de vaststelling en terugvordering rechtmatig zijn.
De zorgtoeslag is vastgesteld op basis van het door de Inspecteur vastgestelde verzamelinkomen van eiser en zijn partner. Verweerder heeft de zorgtoeslag definitief vastgesteld en een bedrag teruggevorderd omdat het voorschot hoger was dan het definitief vastgestelde bedrag. Eiser betwist de juistheid van de inkomensgegevens en verzoekt om kwijtschelding of een betalingsregeling.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de zorgtoeslag op juiste gronden heeft vastgesteld en dat eiser zich bij onjuistheid van inkomensgegevens tot de Inspecteur moet wenden. Terugvordering is volgens het beleid de hoofdregel, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. De beperkte aflossingsmogelijkheden van eiser vormen geen bijzondere omstandigheden, mede omdat een standaard betalingsregeling van 24 maanden mogelijk is en een persoonlijke regeling kan worden aangevraagd.
De rechtbank begrijpt de financiële situatie van eiser, maar oordeelt dat er geen reden is om af te wijken van het terugvorderingsbeleid. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling en terugvordering van de zorgtoeslag 2022 wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.