ECLI:NL:RBDHA:2024:1041
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen niet-tijdig beslissen machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag tot afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Nadat verweerder alsnog de aanvraag op 24 november 2023 heeft ingewilligd, heeft eiseres niet gereageerd op dit besluit. Hierdoor wordt aangenomen dat het beroep gehandhaafd blijft.
De rechtbank stelt vast dat het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van het besluit daarmee is komen te vervallen, zodat eiseres geen procesbelang meer heeft en het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Desondanks oordeelt de rechtbank dat eiseres terecht beroep heeft ingesteld vanwege het niet tijdig beslissen en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de door eiseres gemaakte proceskosten en het betaalde griffierecht.
De proceskosten worden vastgesteld op €437,50, gebaseerd op een puntensysteem met een lichte wegingsfactor vanwege de beperkte aard van het beroep. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, Awb en maakt de uitspraak geanonimiseerd openbaar.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.