ECLI:NL:RBDHA:2024:10410
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling en terugvordering huurtoeslag 2022 met medebewoner
Eiser ontving in 2022 huurtoeslag en kreeg medio september 2022 een medebewoner zonder inkomen vanwege een verlopen werkvisum. Verweerder heeft het inkomen van deze medebewoner meegenomen bij de vaststelling van de huurtoeslag over de maanden oktober tot en met december 2022, wat leidde tot een lagere toeslag en terugvordering.
Eiser stelde dat hij ten onrechte niet is gehoord tijdens de bezwaarprocedure en dat artikel 8 Awir Pro lid 3 en 4, bedoeld voor vertrek van een medebewoner, ook op zijn situatie van toepassing zou moeten zijn. Tevens voerde hij aan dat bijzondere omstandigheden en het evenredigheidsbeginsel toepassing verdienen vanwege het ontbreken van inkomen van de medebewoner door vertraging van de IND.
De rechtbank oordeelt dat eiser wel degelijk de mogelijkheid tot horen is geboden en dat het beleid van verweerder om het inkomen van de medebewoner mee te nemen juist is. Artikel 8 Awir Pro lid 3 en 4 is niet van toepassing op situaties waarin een medebewoner wordt verkregen. De terugvordering is volgens het beleid terecht en er zijn onvoldoende bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken.
De rechtbank concludeert dat de vaststelling en terugvordering van de huurtoeslag correct zijn en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling en terugvordering van de huurtoeslag wordt ongegrond verklaard.