ECLI:NL:RBDHA:2024:10414
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing aanvraag niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van zijn aanvraag door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De aanvraag werd op 12 februari 2024 afgewezen en verzoeker maakte hiertegen bezwaar. Het verzoek om voorlopige voorziening richt zich zowel op het primaire besluit als op het besluit op bezwaar. Echter, omdat tegen het besluit op bezwaar geen beroepsprocedure loopt, is het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening niet mogelijk.
Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk en beoordeelt het verzoek niet inhoudelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen het besluit op bezwaar geen beroepsprocedure loopt.