ECLI:NL:RBDHA:2024:1043
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen machtiging verblijf
Verzoekster stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op haar bezwaarschrift tegen de weigering van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder heeft het bezwaar gegrond verklaard, waardoor verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door het bezwaar gegrond te verklaren. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank in dat geval verweerder veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 437,50 voor de beroepsmatige rechtsbijstand en bepaalt dat verweerder ook het griffierecht van € 184 moet vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen.