ECLI:NL:RBDHA:2024:10444
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenvergoeding na te late beslissing op asielaanvraag toegewezen
Verzoeker diende een asielaanvraag in bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, die niet tijdig op het verzoek besliste. Hierdoor startte verzoeker een beroep bij de rechtbank. Op 3 mei 2024 nam de Staatssecretaris alsnog een inwilligend besluit op de aanvraag, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen en dat het verzoek tot proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a Awb gegrond was. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener had ingeschakeld en de zaak van licht gewicht was, werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast op het standaardbedrag van € 875.
De rechtbank veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2024 door rechter R.J.A. Schaaf.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens te late beslissing op de asielaanvraag.