ECLI:NL:RBDHA:2024:10555
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onjuiste geboortedata in BRP en premature ingebrekestelling bij asielaanvragen
Eisers dienden asielaanvragen in die werden ingewilligd, maar betwistten de vermelding van hun geboortedata in de BRP en de besluiten. Hoewel verweerder erkende dat de geboortedata onjuist waren genoteerd, kon hij deze niet wijzigen omdat de bevoegdheid bij de gemeente ligt. Eisers werden geadviseerd zelf een wijzigingsverzoek bij de gemeente in te dienen. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een geboorteakte niet betekent dat een wijzigingsverzoek kansloos is, aangezien de Wet BRP een rangorde van bewijsstukken kent.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de ingebrekestelling van eisers prematuur was, omdat de beslistermijn van zes maanden voor de asielaanvragen nog niet was verstreken. Hierdoor was niet voldaan aan de vereisten voor een beroep wegens niet tijdig beslissen en was er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter C.W. Griffioen en griffier R.S. Ouertani op 16 april 2024. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de onjuiste geboortedata in de BRP zijn ongegrond verklaard en de premature ingebrekestelling leidt niet tot proceskostenvergoeding.