ECLI:NL:RBDHA:2024:10575
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 14 maart 2024 uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening van een vreemdeling tegen zijn uitzetting. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag, en het verzoek om een voorlopige voorziening was bedoeld om uitzetting te voorkomen zolang het bezwaar in behandeling is.
Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft laten weten zich niet te verzetten tegen de toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening. Beide partijen stemden ermee in dat de zaak buiten zitting kon worden afgedaan. De voorzieningenrechter oordeelde dat uitzetting vooralsnog moet worden achterwege gelaten totdat op het bezwaar is beslist.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoeker wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.