Eiser heeft op 13 april 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag is bij besluit van 14 juni 2022 afgewezen door verweerder. Eiser heeft vervolgens bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 15 augustus 2022 niet-ontvankelijk werd verklaard omdat eiser geen gronden van het beroep had vermeld en geen kopie van het bestreden besluit had overgelegd.
De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder zitting en oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiser de gronden van het beroep niet heeft vermeld en dit verzuim niet tijdig heeft hersteld, ondanks een schriftelijke oproep daartoe. Ook is geen kopie van het bestreden besluit overgelegd, wat een vereiste is.
De rechtbank concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is en dat het bestreden besluit daarmee in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.