ECLI:NL:RBDHA:2024:10629
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Moldavische Roma wegens ontbreken gegronde vrees voor vervolging
Eiseres, een Moldavische vrouw van Roma afkomst, verzocht op 23 december 2023 om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees de aanvraag op 10 mei 2024 af wegens het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade.
De rechtbank behandelde het beroep op 25 juni 2024. Eiseres stelde dat zij vanwege discriminatie, werkloosheid en ontoegankelijke medische zorg Moldavië had verlaten. Zij voerde aan dat de Moldavische autoriteiten onvoldoende bescherming boden, onder meer omdat klachten niet werden behandeld en haar dochter slachtoffer was van verkrachting zonder adequate vervolging.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht concludeerde dat eiseres niet ernstig werd beperkt in haar bestaansmogelijkheden. Medische zorg was beschikbaar en er was hulp van sociale diensten. Klachtenprocedures waren mogelijk, en de autoriteiten hadden daadwerkelijk onderzoek gedaan naar de verkrachting. Het beroep op artikel 10 van Pro richtlijn 2013/32/EU faalde omdat het onderzoek van verweerder niet ondeugdelijk was.
Ten aanzien van het terugkeerbesluit en inreisverbod vond de rechtbank dat verweerder terecht een risico op onttrekking aan toezicht aannam vanwege het ontbreken van vaste woonplaats en middelen van bestaan. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde wegens onvoldoende onderbouwing van de familiebanden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.