ECLI:NL:RBDHA:2024:10638

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juli 2024
Publicatiedatum
10 juli 2024
Zaaknummer
NL24.21705
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 8:84 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 30 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening asielaanvraag

Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van 21 mei 2024 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening, maar trok dit verzoek op 25 juni 2024 in nadat hij op 3 juni 2024 een verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland had ondertekend waarin hij instemde met intrekking van openstaande verblijfsprocedures.

De voorzieningenrechter overwoog dat een proceskostenveroordeling alleen kan worden toegewezen als het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan het verzoek. Dit was niet het geval, waardoor het verzoek om proceskostenveroordeling werd afgewezen.

De uitspraak werd gedaan op 8 juli 2024 door de voorzieningenrechter K.M. de Jager en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen tegemoetkoming door de minister is gebleken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.21705

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S. Igdeli),
en
de minister van Asiel en Migratie, daaronder mede begrepen diens rechtsvoorgangers, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 21 mei 2024 (het bestreden besluit) van verweerder waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling is genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1] Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verzoeker heeft het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De voorzieningenrechter doet met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [2] uitspraak buiten zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in artikelen 8:84, 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb [3] . Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb gelezen in samenhang met artikel 8:75a van de Awb.
2. Uit de stukken in het dossier en de stukken uit het aanvankelijk aanhangig beroep blijkt dat verzoeker op 3 juni 2024 een ‘verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland’ van het IOM [4] heeft ondertekend, waarin verzoeker er onder andere mee instemt dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning worden ingetrokken. Naar aanleiding hiervan heeft zijn gemachtigde het onderhavige verzoek om een voorlopige voorziening op 25 juni 2024 ingetrokken.
3. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat van een situatie als bedoeld in artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb gelezen in samenhang met artikel 8:75a van de Awb geen sprake is. Het is niet gebleken dat verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoekers verzoekschrift is tegemoetgekomen, zodat het verzoek om een proceskostenveroordeling wordt afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan op 8 juli 2024 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.
4.Internationale Organisatie voor Migratie.