ECLI:NL:RBDHA:2024:10681
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 5 juli 2022. Verweerder heeft de aanvraag op 23 januari 2024 ingewilligd, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken en een proceskostenvergoeding heeft gevraagd.
De rechtbank overweegt dat de beslistermijn van zes maanden op grond van de Vreemdelingenwet 2000 was verlengd met negen maanden, waardoor de termijn eindigde op 5 oktober 2023. De ingebrekestelling van verzoeker op 2 en 4 oktober 2023 was daarom prematuur, wat het beroep niet-ontvankelijk maakt.
Omdat het beroep niet ontvankelijk is, is er geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen.
De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt op 10 juli 2024. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.