ECLI:NL:RBDHA:2024:1072
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij AOW-pensioenverlaging wegens ontbreken spoedeisend belang
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verzoeker bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank waarin zijn AOW-pensioen werd vastgesteld op de gehuwdennorm vanwege zijn huwelijk in 2021. Na afwijzing van het bezwaar heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld en geoordeeld dat er geen sprake is van een spoedeisend belang. Dit omdat verzoeker niet heeft onderbouwd dat hij in een acute financiële noodsituatie verkeert. Bovendien ontvangt verzoeker een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) die zijn inkomen aanvult tot de bijstandsnorm.
De voorzieningenrechter benadrukt dat bij financiële geschillen doorgaans geen voorlopige voorziening wordt getroffen, tenzij er sprake is van onomkeerbare situaties of acute nood. Het verzoek is daarom afgewezen en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.