ECLI:NL:RBDHA:2024:10762
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verstrekkingen COA aan terminale asielzoekster met verblijfsvergunning
Eiseres, een Sri Lankaanse vrouw in de terminale fase van een ziekte en onder behandeling met chemotherapie, maakte bezwaar tegen het besluit van het COA om haar verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) te beëindigen. De beëindiging volgde na het verstrijken van haar uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarna het COA haar recht op opvang en verstrekkingen introk.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen bijzondere omstandigheden heeft aangetoond die het COA zouden verplichten de opvang en verstrekkingen voort te zetten. Hoewel eiseres ernstige medische problemen heeft, is de behandeling voortgezet zonder afhankelijkheid van COA-verstrekkingen. Het recht op voortgaande medisch noodzakelijke zorg blijft gewaarborgd volgens artikel 10 van Pro de Vw 2000.
Verder is vastgesteld dat eiseres ervoor heeft gekozen bij familie te verblijven en dat zij sinds 24 januari 2024 een reguliere verblijfsvergunning bezit, waardoor zij niet langer onder de Rva valt maar onder gemeentelijke voorzieningen op grond van de Participatiewet. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de verstrekkingen door het COA is ongegrond verklaard.