ECLI:NL:RBDHA:2024:10789
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen handhaving uitzettingsbesluit na zesde asielaanvraag ongegrond verklaard
Eiser, van Egyptische nationaliteit, diende op 19 maart 2024 zijn zesde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot op 20 maart 2024 dat de uitzetting van eiser niet achterwege wordt gelaten en verklaarde zijn asielaanvraag op 8 april 2024 niet-ontvankelijk. Eiser maakte bezwaar tegen het uitzettingsbesluit, dat op 17 mei 2024 ongegrond werd verklaard.
Eiser stelde dat hij in Egypte geen onderkomen of geld heeft, dat zijn vader gedetineerd is en dat de autoriteiten hem bij aankomst zouden oppakken. Deze informatie was gebaseerd op een vriend die het van eisers moeder had vernomen. De staatssecretaris oordeelde dat deze elementen niet nieuw of relevant waren en onvoldoende onderbouwd, en dat de aanvraag vermoedelijk was ingediend om de uitzetting te vertragen.
De rechtbank overwoog dat verweerder voldoende op de bezwaargronden was ingegaan en dat eiser geen nieuw bewijs had geleverd dat het eerdere besluit zou moeten wijzigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Verzoeken om voorlopige voorzieningen werden niet-ontvankelijk verklaard vanwege gebrek aan connexiteit. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitzettingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard.