ECLI:NL:RBDHA:2024:10819
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Verzoeker had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 31 mei 2024 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht daarnaast de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 4 juli 2024 samen met een gerelateerde zaak. Op dezelfde dag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep van verzoeker, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening kwam te vervallen.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom moet worden afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. D.M. Schuiling en is onherroepelijk, omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.