ECLI:NL:RBDHA:2024:10820
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na eerdere uitspraak rechtbank
Verzoekers hebben aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij afzonderlijke besluiten van 9 augustus 2023 zijn afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen hebben verzoekers beroep ingesteld bij de rechtbank.
Naar aanleiding van deze beroepen heeft de rechtbank bij uitspraak van 26 maart 2024 al inhoudelijk beslist op de aanvragen. Verzoekers hebben vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om de gevolgen van de afwijzing te stuiten totdat het beroep is behandeld.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu de rechtbank al uitspraak heeft gedaan op de beroepen, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Op grond hiervan worden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D.M. Schuiling en griffier M.A. Buikema, en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank al uitspraak heeft gedaan op het beroep.