ECLI:NL:RBDHA:2024:10822
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning te Den Haag
De zaak betreft een beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Den Haag op de waardepeildatum 1 januari 2021. Verweerder had de waarde vastgesteld op €352.000, waartegen eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde na afwijzing van het bezwaar.
Eiser voerde aan dat de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld, onder meer omdat verweerder geen rekening had gehouden met het eigen verkoopcijfer van de woning, onjuiste gebruiksoppervlakte van vergelijkingsobjecten, te lage KOUDV+L-factoren en onvoldoende inzicht in de waarderingsmethodiek. Verweerder overlegde een taxatieverslag, waardematrix en iWOZ-rapporten ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede door het gebruik van vergelijkingsobjecten en een systematische waarderingsmethode. De verkoopdatum van eiser was te ver van de waardepeildatum gelegen en de bezwaren tegen de gebruikte objectkenmerken en indexering werden niet gegrond bevonden.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding tot proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Arts op 10 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €352.000 wordt ongegrond verklaard.