ECLI:NL:RBDHA:2024:10824
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivering
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 24 november 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees deze aanvraag op 13 juni 2024 af als kennelijk ongegrond en legde tevens een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar op.
De rechtbank behandelde het beroep op 4 juli 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende vragen had gesteld over de oproep voor reservistendienst die eiser stelde te hebben ontvangen, terwijl dit cruciaal was voor de beoordeling van het risico bij terugkeer. Ook was de minister onvoldoende gemotiveerd waarom eerdere terugkeer naar Syrië in 2013 en 2020 geen reëel risico op ernstige schade zou betekenen.
De rechtbank stelde vast dat eiser tijdens het aanmeld- en nader gehoor had verklaard opgeroepen te zijn voor reservistendienst en dat de minister hier onvoldoende op was ingegaan. Daarnaast erkende de minister zelf dat er vragen hadden moeten worden gesteld over de oproep. De rechtbank concludeerde dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd.
Verder oordeelde de rechtbank dat de minister onvoldoende had onderbouwd dat het risico op ernstige schade bij terugkeer naar Syrië niet meer aanwezig is, ondanks eerdere veilige terugkeer. De minister had onvoldoende rekening gehouden met de veranderde omstandigheden en het feit dat eiser nu vanuit Nederland zou terugkeren, wat een verhoogd veiligheidsrisico inhoudt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen.