ECLI:NL:RBDHA:2024:10825
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning
Verweerder heeft de WOZ-waarde van de woning vastgesteld op € 349.000 met waardepeildatum 1 januari 2021. Eiser maakte bezwaar tegen deze beschikking en stelde een lagere waarde van € 336.000 voor, onderbouwd met een woningwaarderapport en diverse argumenten over de brandgang, gedateerde voorzieningen en gebruiksoppervlakte.
De rechtbank heeft het bezwaar en het beroep beoordeeld aan de hand van de overgelegde stukken, waaronder een waardematrix en taxatieverslagen van verweerder. De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede omdat de vergelijkingsobjecten passend zijn en de verschillen voldoende zijn verdisconteerd.
De stellingen van eiser over onvoldoende rekening houden met de brandgang, zolderruimte en gedateerde voorzieningen zijn door verweerder weersproken of onvoldoende onderbouwd. Ook is geen schending van artikel 40, tweede lid, Wet WOZ vastgesteld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskosten toe aan verweerder niet toe.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 349.000 wordt ongegrond verklaard.