ECLI:NL:RBDHA:2024:10834
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond
Verzoeker heeft tegen het besluit van 12 mei 2024, waarbij zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen, beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83 lid 3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag in een gerelateerde zaak uitspraak heeft gedaan over het beroep, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter M.L. Weerkamp en griffier R. de Mul, en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag is afgewezen.