De man en vrouw, gehuwd in Marokko in 1973 volgens de BRP, verzoeken de rechtbank om echtscheiding uit te spreken. De vrouw betwist duurzame ontwrichting, maar de rechtbank stelt vast dat partijen feitelijk al drie jaar gescheiden leven en dat de man volhardt in zijn verzoek, waardoor duurzame ontwrichting wordt aangenomen.
De rechtbank bevestigt haar rechtsmacht op grond van EU-verordening 2019/1111 en past Nederlands recht toe voor de echtscheiding en het huurrecht van de echtelijke woning in Nederland. Het verzoek van de vrouw tot toewijzing van het huurrecht wordt toegewezen omdat het niet is weersproken.
Het verzoek van de man om een bevel tot verdeling van de gemeenschap van goederen wordt afgewezen omdat het onvoldoende concreet is. Het toepasselijke huwelijksvermogensrecht wordt vastgesteld als Marokkaans recht, gelet op de nationaliteit en het huwelijksdomicilie ten tijde van het huwelijk.
De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders verzochte af.