Op 26 december 2023 ontstond de verdenking dat verdachte onder invloed van alcohol een personenauto bestuurde. Na een voorlopig ademonderzoek gaf een aspirant-verbalisant een bevel tot bloedonderzoek, maar verdachte weigerde toestemming. De officier van justitie vorderde een veroordeling wegens het niet opvolgen van het bevel tot bloedonderzoek.
De politierechter oordeelde dat het bevel niet rechtsgeldig was, omdat het gegeven was door een aspirant en niet door een politieambtenaar met de rang van brigadier of hoger, zoals vereist volgens de ministeriële regeling. Tevens kon niet overtuigend worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk geen medewerking had verleend, mede omdat verdachte de keuze had gekregen om haar rijbewijs in te leveren en naar huis te gaan.
De officier van justitie vroeg om vrijspraak vanwege het ontbreken van wettig bewijs. De verdediging stelde dat het bevel niet had plaatsgevonden of onbevoegd was gegeven. De rechtbank sprak verdachte vrij omdat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat het bevel rechtsgeldig was en dat verdachte niet had meegewerkt.