ECLI:NL:RBDHA:2024:10913
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vervolging in Guinee-Bissau
Eiser, een Guinee-Bissause nationaliteit dragende man, vroeg asiel aan in Nederland vanwege zijn homoseksuele gerichtheid en de vrees voor vervolging in Guinee-Bissau en Gambia. Hij vluchtte eerder uit Gambia vanwege discriminatie en mishandeling van LHBTI-personen en vreest terugkeer naar Guinee-Bissau vanwege mogelijke vervolging en de activiteiten van zijn vader bij rebellen.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de geloofwaardigheid van de identiteit en homoseksuele gerichtheid werd erkend, maar de vrees voor vervolging in Guinee-Bissau niet aannemelijk werd geacht. Ook de wens van eiser om zich vrouwelijk te uiten werd niet voldoende onderbouwd en het risico op ernstige schade door de familieband met zijn vader werd als onvoldoende aannemelijk beoordeeld.
De rechtbank bevestigt de afwijzing. Zij stelt dat de minister terecht concludeerde dat er geen systematische discriminatie of vervolging van LHBTI-personen in Guinee-Bissau is, mede op basis van landenrapporten en nieuwsberichten. Ook het ontbreken van bewijs voor de familieband en het tijdsverloop maken het risico op ernstige schade onwaarschijnlijk.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolging.