ECLI:NL:RBDHA:2024:10914
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-behandeling asielaanvragen wegens Dublin-verwijzing
Verzoekers, van Guinese en Sierra Leoonse nationaliteit, hebben asielaanvragen ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling zijn genomen vanwege de verantwoordelijkheid van België voor de behandeling van hun aanvragen volgens de Dublin-verordening.
De verzoekers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Gezien de eerdere uitspraak op de beroepen, waarin deze ongegrond zijn verklaard, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.H. de Groot en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-behandeling van de asielaanvragen wordt afgewezen.