ECLI:NL:RBDHA:2024:10927
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit
Verzoekster, van Nigeriaanse nationaliteit, heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen een uitzettingsbesluit van de minister van Asiel en Migratie. Tegelijkertijd verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de uitzetting zou worden opgeschort totdat op het beroep in de hoofdzaak was beslist.
De voorzieningenrechter heeft het hoofdberoep met zaaknummer NL24.18531 op dezelfde dag ongegrond verklaard. Gezien deze uitkomst ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening toe te kennen.
Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een voorlopige voorziening alleen worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Nu het beroep ongegrond is verklaard, is het verzoek om uitstel van uitzetting afgewezen.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit wordt afgewezen omdat het hoofdberoep ongegrond is verklaard.