ECLI:NL:RBDHA:2024:10931

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juli 2024
Publicatiedatum
15 juli 2024
Zaaknummer
NL24.18551
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit minister

Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Asiel en Migratie van 3 april 2024. Gelijktijdig verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen totdat op het beroep is beslist.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op 27 juni 2024, samen met de hoofdzaak. Bij uitspraak van diezelfde dag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.

Gelet hierop is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.18551

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
van Venezolaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. G.P. Dayala)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister
(gemachtigde: mr. G.J. Westendorp).

Procesverloop

Bij beroepschrift van 28 april 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank tegen de besluiten van de minister van 3 april 2024. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL24.18548.
Bij verzoekschrift van 28 april 2024 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het beroep is beslist.
Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL24.18548, plaatsgevonden op 27 juni 2024. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.18548, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.
3. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening dient om die reden te worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.