ECLI:NL:RBDHA:2024:10945

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juli 2024
Publicatiedatum
15 juli 2024
Zaaknummer
NL24.13112
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 VreemdelingenwetArt. 31 Procedurerichtlijn
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling asielaanvraag

Eiser diende op 7 november 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister liet op 7 september 2023 weten dat eiser in de nationale procedure werd opgenomen omdat hij niet tijdig was overgedragen aan Italië volgens de Dublinverordening. De beslistermijn van vijftien maanden startte op 2 september 2023, nadat Italië akkoord ging met het overnameverzoek.

Eiser stelde de minister op 6 maart 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 26 maart 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken en ook de termijn van 21 maanden volgens de Procedurerichtlijn niet was overschreden.

Daarom voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.13112

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. U.H. Hansma),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Eiser heeft op 7 november 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
De minister heeft eiser op 7 september 2023 laten weten dat hij wordt opgenomen in de nationale procedure, omdat hij niet tijdig is overgedragen aan de Italiaanse autoriteiten in het kader van de Dublinverordening.
Bij brief van 6 maart 2024, door de minister ontvangen op 7 maart 2024, heeft eiser de minister in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
Op 26 maart 2024 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De minister heeft geen verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald, dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet (Vw) moet de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw kan de termijn, als bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste negen maanden worden verlengd, indien een groot aantal vreemdelingen tegelijk een aanvraag indient waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden. De beslistermijn na een Dublin-claim vangt op grond van artikel 42, zesde lid, van de Vw aan op de datum dat overeenkomstig de Dublinverordening wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek.
5. Eiser heeft de aanvraag ingediend op 7 november 2022. Bij brief van 7 september 2023 heeft de minister eiser laten weten dat hij in de nationale procedure wordt opgenomen, omdat hij niet tijdig is overgedragen en dat de beslistermijn in de nationale procedure vijftien maanden bedraagt. De rechtbank stelt vast dat de Italiaanse autoriteiten op 1 maart 2023 akkoord zijn gegaan met het overnameverzoek van de minister. De minister had eiser daarom uiterlijk op 1 september 2023 aan Italië moeten overdragen. Hieruit volgt dat Nederland op 2 september 2023 verantwoordelijk is geworden voor de asielaanvraag van eiser. De beslistermijn is daarmee gestart op 2 september 2023. Op het moment van de ingebrekestelling van 7 maart 2024 was de beslistermijn van vijftien maanden daarom nog niet verstreken. De termijn van 21 maanden als bedoeld in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn was op dat moment evenmin verstreken. Dat betekent dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
6. Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Schuiling, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Drenten-Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.