ECLI:NL:RBDHA:2024:10954
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsaanvraag EU/EER wegens motiveringsgebrek, rechtsgevolgen blijven in stand
Eiser, een Turkse onderdaan, diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument EU/EER om bij zijn minderjarige Nederlandse zoon te verblijven. De minister wees deze aanvraag af, stellende dat eiser onvoldoende aantoonde dat hij meer dan marginale zorg- en opvoedingstaken verricht en dat er geen zodanige afhankelijkheidsrelatie bestond dat het kind de EU zou moeten verlaten bij weigering van verblijf.
Eiser voerde aan dat hij wel degelijk daadwerkelijke zorgtaken vervult en dat de minister onvoldoende rekening hield met de belangen van het kind en internationale rechtsinstrumenten. De rechtbank oordeelde dat het besluit van de minister een motiveringsgebrek bevat, met name omtrent de aannemelijkheid van de omgangsregeling, waardoor het beroep gegrond is.
Desondanks stelde de rechtbank vast dat de minister de rechtsgevolgen van het besluit in stand mag laten, omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij meer dan marginale zorgtaken verricht en dat er een zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat dat het kind gedwongen zou worden de EU te verlaten. De rechtbank veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van €1.750.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; minister betaalt proceskosten.