Uitspraak
1.De feiten waar de rechtbank van uit gaat
2.De procedure
3.Standpunten van partijen
4.De beoordeling van de verzoeken
€ 3.400,00 heeft gedaan.
Rechtbank Den Haag
De heer bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €453.217,32 bij acht schuldeisers. Hij heeft een voorstel gedaan waarbij een deel van de schulden wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers instemden, vroeg hij de rechtbank het akkoord dwingend op te leggen.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling deskundig en onafhankelijk is uitgevoerd en het voorstel volledig en controleerbaar is gedocumenteerd. De belangenafweging toont aan dat het onredelijk is dat de weigerende schuldeisers niet instemmen, mede omdat het voorstel het maximaal haalbare is gezien de afloscapaciteit van de verzoeker, die alleen een AOW-uitkering heeft.
De meerderheid van de schuldeisers heeft ingestemd met het akkoord, dat een gunstiger resultaat biedt dan de WSNP. Argumenten van de verweerders over kwade trouw en samenvoeging van schulden worden door de rechtbank verworpen. Het verzoek tot toelating tot de WSNP wordt afgewezen omdat het dwangakkoord wordt toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank legt een dwangakkoord op en wijst het verzoek tot toelating tot de WSNP af.