ECLI:NL:RBDHA:2024:10992
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling minister na niet tijdig beslissen op bezwaarschrift
Verzoeker stelde op 10 januari 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift van 4 maart 2022. Op 2 februari 2024 verklaarde de minister het bezwaar gegrond en verleende uitstel van vertrek, met toezegging tot vergoeding van proceskosten in bezwaar. Verzoeker handhaafde het beroep vanwege een opgelegd terugkeerbesluit, maar trok het beroep op 17 april 2024 in en verzocht om vergoeding van proceskosten in beroep.
De minister gaf aan dat verzoeker al gelegenheid had gekregen om proceskosten te declareren, maar dit betrof alleen kosten in bezwaar. De rechtbank oordeelt dat de minister niet tijdig heeft beslist, waardoor vergoeding van proceskosten in beroep gerechtvaardigd is. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 437,50, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 voor het indienen van het beroepschrift.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe en veroordeelt de minister tot betaling van dit bedrag aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter V.A.G. van Dijk en griffier Y. van Wijk zonder zitting.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens niet tijdig beslissen op bezwaarschrift.