ECLI:NL:RBDHA:2024:11005
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak vreemdelingenrecht
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.17117), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert en is onherroepelijk, omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.