ECLI:NL:RBDHA:2024:11017
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis van het gezin. De aanvraag werd op 18 augustus 2023 ingediend en de beslistermijn van 90 dagen werd door de minister verlengd met drie maanden, waardoor de uiterste beslisdatum op 20 maart 2024 lag.
Eisers stelden de minister op 21 februari 2024 in gebreke, welke ingebrekestelling op 22 februari 2024 werd ontvangen. Omdat de beslistermijn op dat moment nog niet verstreken was, was de ingebrekestelling prematuur. Volgens artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan beroep pas worden ingesteld nadat de ingebrekestelling is ontvangen en twee weken zijn verstreken.
De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is omdat niet werd voldaan aan de vereisten voor het instellen van beroep. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 15 juli 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.