Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Oekraïense vreemdeling, kreeg op 7 februari 2024 een terugkeerbesluit waarbij zijn tijdelijke bescherming volgens Richtlijn 2001/55/EG werd beëindigd. Tegen dit besluit stelde eiser beroep in, maar pas op 29 maart 2024, ruim na de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken.
De rechtbank beoordeelde of de termijnoverschrijding verschoonbaar was. Eiser voerde aan dat prejudiciële vragen door de Afdeling bestuursrechtspraak aan het Hof waren gesteld en dat het loyaliteitsbeginsel hem zou beschermen tegen niet-ontvankelijkheid. De rechtbank oordeelde echter dat deze omstandigheden geen reden zijn om de overschrijding te verontschuldigen.
De rechtbank stelde vast dat eiser tijdig beroep had moeten instellen en dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier J. de Winter op 16 juli 2024, zonder zitting.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van het beroepschrift zonder verschoonbare reden.