Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De ontvankelijkheid van de officier van justitie
4.De bewijsbeslissing
mijnstrot doorsnijden’, strookt niet met de bewijsmiddelen in het dossier. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat, zoals de verdachte heeft aangedragen, zowel aangeefster als getuige [getuige 1] het verkeerd gehoord hebben. Daarbij is de verdachte pas ter zitting op 4 juli 2024 met deze verklaring gekomen, terwijl hij hier tijdens eerdere verhoren met de politie, rechter-commissaris en in de raadkamer niks over heeft gezegd. De rechtbank schuift deze verklaring dan ook als onaannemelijk terzijde.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
- de bij parketnummer 96-145733-22 door de politierechter van de rechtbank Den Haag op 22 februari 2023 opgelegde voorwaardelijke straf van 500,00 euro subsidiair 10 dagen hechtenis ten uitvoer wordt gelegd wegens niet naleven van de algemene voorwaarden;
- de bij parketnummer 09-131832-23 door de politierechter van de rechtbank Den Haag op 20 oktober 2023 opgelegde voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 20 uren subsidiair 10 dagen hechtenis ten uitvoer wordt gelegd wegens niet naleven van de algemene voorwaarden; en
- de bij parketnummer 22-002226-22 door het Gerechtshof Den Haag op 17 november 2023 opgelegde voorwaardelijke straf van 2 weken hechtenis ten uitvoer wordt gelegd wegens niet naleven van de algemene voorwaarden.
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (VIER) MAANDEN;
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van 6 (zes) maanden.