ECLI:NL:RBDHA:2024:11051
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing en geleidelijke terugkeer minderjarige naar moeder
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij de grootouders van moederszijde. De minderjarige verblijft sinds december 2023 uit huis geplaatst in een pleegzorgvoorziening bij de grootouders. De gecertificeerde instelling verzoekt om verlenging van de machtiging voor zes maanden om de omgang met de moeder rustig en gefaseerd op te bouwen.
De moeder werkt in de zorg met wisselende diensten en de omgang met de minderjarige wordt stapsgewijs uitgebreid, waarbij de minderjarige momenteel twee nachten per week bij de moeder slaapt. De vader erkent zijn problemen met alcohol en werkt aan herstel. De communicatie tussen ouders en grootouders verloopt goed, wat de opbouw van het verblijf bij de moeder ondersteunt.
De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor uithuisplaatsing nog aanwezig zijn, maar dat het verblijf bij de moeder verder rustig en concreet moet worden opgebouwd. De termijn van zes maanden wordt verkort tot drie maanden, waarna de minderjarige weer volledig bij de moeder zal wonen. Tevens is een brief aan de jonge minderjarige opgesteld om hem op een begrijpelijke wijze te informeren over de situatie en beslissingen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd met drie maanden en de terugkeer van de minderjarige naar de moeder wordt gefaseerd binnen deze termijn gerealiseerd.