ECLI:NL:RBDHA:2024:11079
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en proceskostenvergoeding in asielzaak
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 4 maart 2024, waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure werd afgewezen als ongegrond. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 14 juni 2024 behandeld. Inmiddels heeft de rechtbank in de bodemzaak (zaaknummer NL24.10844) het bestreden besluit vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer nodig.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelt de minister tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten van €875,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Een vergoeding voor het verschijnen op de zitting wordt niet toegekend omdat deze reeds in de beroepszaak is toegekend.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter V.A.G. van Dijk en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €875,-.