Eiser had bezwaar gemaakt tegen de beëindiging van zijn Ziektewetuitkering door verweerder, die dit bezwaar ongegrond verklaarde. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag. Tijdens de procedure werd het onderzoek geschorst en een verzekeringsarts als deskundige benoemd. Na ontvangst van het deskundigenrapport nam verweerder een gewijzigde beslissing op bezwaar en keerde de Ziektewetuitkering per 26 mei 2022 ongewijzigd voort.
Hierop trok eiser het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten en kosten van een medisch adviseur. Verweerder stemde in met proceskostenvergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, maar wees op regels omtrent vergoeding van deskundigenkosten.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek toewijsbaar was, stelde de proceskosten vast op €1.312,50 voor rechtsbijstand en €1.554,55 voor de medisch adviseur, rekening houdend met het maximale uurtarief. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van het griffierecht van €50. De totale proceskostenvergoeding bedroeg €2.867,05.