ECLI:NL:RBDHA:2024:11106
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie inspanningen door werkgever
Stichting Middin, als werkgever en eigen risicodrager, kreeg een loonsanctie opgelegd door het UWV omdat zij onvoldoende re-integratie inspanningen had geleverd voor een ex-werkneemster die ziek uit dienst was gegaan. De werkgever stelde dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag eerder lag en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, maar deze punten waren ter zitting niet langer in geschil.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor de eerste ziektedag bij de werkgever ligt en dat het UWV voldoende had onderbouwd dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag 7 december 2019 was. Verder werd vastgesteld dat de werkgever geen adequaat zoekprofiel had opgesteld voor spoor 2 en dat er gesolliciteerd was op niet-passende functies, terwijl ook niet was gezocht naar makkelijker passende functies.
Hoewel het re-integratiebureau Werkpad een motiveringsstrategie hanteerde door de ex-werkneemster eerst te laten ervaren dat haar voorkeurfuncties niet haalbaar waren, vond de rechtbank dit onvoldoende reden om niet ook naar passende functies te zoeken. De rechtbank concludeerde dat er re-integratiekansen waren gemist en bevestigde de loonsanctie. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van Stichting Middin ongegrond en bevestigt de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie inspanningen.