Eiser, werkzaam als orderpicker, meldde zich op 7 september 2021 ziek vanwege rugklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Zijn uitkering werd op 15 januari 2023 beëindigd na een beoordeling dat hij meer dan 65% van het maatmaninkomen kan verdienen in diverse functies. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat zijn beperkingen zijn onderschat, met name ten aanzien van handelingstempo, statische houdingen, frequent buigen en tillen.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling door verzekeringsartsen zorgvuldig en op juiste gronden is uitgevoerd, waarbij ook aanvullende informatie van de behandelend sector is betrokken. De door eiser overgelegde aanvullende medische rapportage kon het oordeel niet wijzigen. De arbeidsdeskundige beoordeling concludeerde dat de functies inpakker, textielproductenmaker, productiemedewerker textiel, medewerker tuinbouw en snackbereider passend zijn, ondanks de beperkingen van eiser.
De rechtbank vond geen reden om af te wijken van het oordeel dat eiser geschikt is voor deze functies en dat zijn beperkingen adequaat zijn meegenomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door rechter C.G. Meeder op 27 juni 2024.