ECLI:NL:RBDHA:2024:11123
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen herziening terugvordering UWV wegens onvoldoende concrete gronden
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de verrekening van een bedrag van €4.551,11 zoals gespecificeerd in uitkeringsspecificaties uit september 2019. Na afwijzing van haar verzoek tot herziening door verweerder (UWV) en een bevestigend besluit in bezwaar, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank behandelde het beroep op 19 juni 2024 en constateerde dat eiseres onvoldoende concreet heeft gemotiveerd waarom zij de verrekening onjuist acht. Haar verzoek om nadere uitleg en toelichting op de verrekening volstaat niet als een onderbouwing van haar beroepsgronden. Daarnaast bevatte het beroepschrift klachten die niet zien op het bestreden besluit.
De rechtbank oordeelde dat de beroepsgronden onvoldoende concreet zijn en dat de overige klachten niet relevant zijn voor het bestreden besluit. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 27 juni 2024 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit tot afwijzing van herziening van de terugvordering is ongegrond verklaard wegens onvoldoende concrete beroepsgronden.