ECLI:NL:RBDHA:2024:1117
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens statushouder Italië
Eiser, een Somalische nationaliteit, diende op 18 oktober 2023 een asielaanvraag in in Nederland. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser al een tijdelijke verblijfsvergunning als asielstatushouder in Italië heeft, waar hij internationale bescherming geniet tot 25 oktober 2026.
Eiser voerde aan dat hij in Italië onvoldoende medische zorg en ondersteuning ontving, met name vanwege granaatscherven in zijn lichaam, en dat terugkeer naar Italië zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro Handvest. Hij verwees naar het arrest Ibrahim en stelde dat de situatie in Italië vergelijkbaar is met die in Griekenland, waar statushouders in moeilijke omstandigheden verkeren.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, aangezien Italië als lidstaat wordt geacht haar verplichtingen na te komen. De omstandigheden van eiser, hoewel moeilijk, voldoen niet aan de hoge drempel van materiële deprivatie en onverschilligheid van de autoriteiten zoals vereist in het arrest Ibrahim. Eiser heeft onvoldoende aangetoond dat hij zijn rechten in Italië niet kan effectueren.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht de asielaanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.