ECLI:NL:RBDHA:2024:11251
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit visum kort verblijf wegens schending hoorplicht
Eiser verzocht om een visum voor kort verblijf, welke door de minister op 19 april 2023 werd afgewezen. Na bezwaar verklaarde de minister het bezwaar op 15 februari 2024 kennelijk ongegrond, zonder eiser te horen. De rechtbank oordeelt dat de minister de hoorplicht heeft geschonden, omdat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was en het horen van eiser relevant had kunnen zijn.
De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 6 juli 2022, waarin is bepaald dat van het horen slechts terughoudend mag worden afgezien. De rechtbank stelt vast dat het horen in bezwaar duidelijkheid had kunnen verschaffen over het ontbreken van informatie en het grote belang van eiser, die familiebezoek wilde brengen.
Daarnaast is vastgesteld dat de minister te laat heeft beslist op het bezwaar, waardoor een dwangsom van maximaal €1.442,- is opgelegd. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, waarbij eiser alsnog moet worden gehoord. Tevens moet de minister het griffierecht en proceskosten van €1.750,- aan eiser vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en de minister moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen en een dwangsom en proceskosten betalen.