Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
09/164912-21) en
dagvaarding II (09/258439-21)
09/164912-21)
09/164912-21), feit 1
09/164912-21) feit 1 en dagvaarding II (
09/258439-21) ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
09/164912-21) feit 1:
te weten,
en
enstoffen, voorhanden heeft gehad, waarvan zij, verdachte en/of haar mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
09/258439-21):
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
09/164912-21) onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
09/164912-21) onder 1 en de bij dagvaarding II (
09/258439-21) ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6 bewezen is verklaard en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
278 (TWEEHONDERDACHTENZEVENTIG) DAGEN;
180 (HONDERDTACHTIG) DAGEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
200 (TWEEHONDERD) UREN;
100 (HONDERD) DAGEN;