ECLI:NL:RBDHA:2024:11362

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juli 2024
Publicatiedatum
22 juli 2024
Zaaknummer
NL24.16634
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling verweerder in proceskosten wegens niet-tijdige beslissing op bezwaarschrift

Verzoekster is op 15 april 2024 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift door verweerder. Op 7 mei 2024 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen, waarna verzoekster het beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde.

De rechtbank oordeelt dat verweerder aan verzoekster tegemoet is gekomen door alsnog een beslissing te nemen tijdens het beroep. De rechtbank veroordeelt verweerder daarom in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 437,50 op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De zaak is behandeld zonder zitting, omdat dat niet nodig werd geacht. De rechtbank acht het beroep van licht gewicht, omdat het enkel ging om de overschrijding van de beslistermijn. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 1 juli 2024.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 437,50.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.16634
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. C.N. Noordzee), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.¹
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen.²
3. Verzoekster is op 15 april 2024 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaarschrift. Op 7 mei 2024 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op haar bezwaar. Verzoekster heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoekster tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit op de aanvraag te nemen. De rechtbank veroordeelt verweerder daarom in de door verzoekster gemaakte proceskosten.
5. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50. (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
is van oordeel dat het ingestelde beroep van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van D.D. Bijlhout, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
01 juli 2024

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.