ECLI:NL:RBDHA:2024:11371
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 6 juni 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank.
Op 10 juli 2024 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld, samen met een gerelateerde zaak. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde en er was een tolk aanwezig. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL24.23807) is beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S. Ketelaars - Mast en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.