ECLI:NL:RBDHA:2024:11376
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure tegen niet-behandeling asielaanvraag
Verzoekers, bestaande uit een moeder en haar minderjarige kinderen, hadden asielaanvragen ingediend die de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling nam omdat Portugal volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Tegen dit besluit werd beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 2 juli 2024 verschenen verzoekers niet, terwijl de minister werd vertegenwoordigd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de voorlopige voorziening niet meer nodig was omdat op dezelfde dag uitspraak werd gedaan in de hoofdzaak (zaaknummers NL24.24686 en NL24.25637). Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. Eversteijn en griffier K.L.H. Thomas op 15 juli 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit om de asielaanvragen niet in behandeling te nemen is afgewezen.