ECLI:NL:RBDHA:2024:11382
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Bulgarije
Verzoeker heeft een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Bulgarije volgens de Dublinverordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 9 juli 2024. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk, terwijl de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overwoog dat gezien de uitspraak op het beroep in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.25892) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 12 juli 2024 in het openbaar gedaan en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening in de asielzaak is afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.