ECLI:NL:RBDHA:2024:11385
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning na schietincident in kwetsbare wijk
In de nacht van 15 op 16 mei 2024 vond een schietincident plaats bij de woning van verzoekster in Delft, waarbij twee gaten in het raam en hulzen werden aangetroffen. Verweerder besloot de woning te sluiten wegens ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid, eerst voor twee weken en later verlengd met vier weken.
Verzoekster betwistte de ernst van de verstoring en stelde dat minder ingrijpende maatregelen zoals cameratoezicht of surveillance voldoende zouden zijn. Ook wees zij op het vertrek van haar zoon, die vermoedelijk betrokken was, en betoogde dat de sluiting niet evenredig was gezien de impact op haar gezin.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 174a van de Gemeentewet en dat de sluiting noodzakelijk was vanwege het lopende politieonderzoek, het risico op herhaling en de ernst van het incident in een kwetsbare wijk. Minder ingrijpende maatregelen boden onvoldoende bescherming. De voorzieningenrechter vond de sluiting evenwichtig omdat vervangende woonruimte was geregeld en het algemene belang van openbare orde zwaarder woog dan het belang van verzoekster.
Het verzoek om een ordemaatregel werd afgewezen omdat de dreiging ongewijzigd was en verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat zij zelf geen woonruimte kon regelen. De voorlopige voorziening werd uiteindelijk afgewezen, met het oordeel dat het bezwaar waarschijnlijk niet tot een ander besluit zal leiden.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning af.