ECLI:NL:RBDHA:2024:11389
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Eiser voerde aan dat zijn medische situatie en psychische gesteldheid, waaronder paniekaanvallen en duizeligheid, hem afhankelijk maken van zijn tante in Nederland en dat de staatssecretaris zijn medische situatie onvoldoende heeft onderzocht. De rechtbank oordeelt echter dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere, individuele omstandigheden zijn die een overdracht aan Spanje onevenredig hard maken. De aanwezigheid van zijn tante in Nederland en de medische klachten zijn onvoldoende onderbouwd met medische stukken.
De staatssecretaris heeft de medische situatie van eiser wel degelijk betrokken bij zijn besluit en had geen aanleiding tot nader onderzoek. De uitspraak van de bewaringsrechter in een andere zaak leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.